Ingrediënten
30 g bote
4 sneetjes brood
1 beetje Briekaas
2 Golden appels
4 koffielepels appelstroop
Bereiding
Verwarm de oven op 200°.
Snij de broodsneden in rondjes van 10 cm diameter en rooster ze.
Snij de appels in twee, haal de harde stukken en de pitten eruit.
Schik de halve appels in een ovenschotel en leg er een nootje boter op, zet ze in de oven en laat 10 minuten gaar worden.
Verwijder de korst van de brie en snij hem in stukjes.
Leg op elke snede brood een halve appel en verdeel er de brie over.
Leg daar een koffielepel stroop op en zet alles nog eens 2 tot 3 minuten in de oven.
(2 personen)
100 gr kastanjechampignons
1 eetlepel boter
versgemalen zwarte peper, zout
75 gr brie
6 verse blaadjes basilicum
2 sneetjes witbrood
Veeg de champignons schoon en snijd ze in plakjes.
Verhit de boter en bak de champignons in ± 3 minuten bruin.
Bestrooi ze met peper en zout.
Snijd de brie in plakjes en knip het basilicum in reepjes.
Verwarm de grill voor.
Rooster de sneetjes brood en verdeel de champignons en de brie erover.
Strooi het basilicum erover en maal er peper boven.
Laat de kaas vlak onder de grill in ± 2 minuten smelten.
(2 personen)
25 gr bloem
3 eetlepels melk
3 eetlepels geschaafde amandelen
3 eetlepels paneermeel
75 gr roombrie
1 appel
25 gr boter
1 takje peterselie
Roer de bloem met de melk in een diep bord glad.
Maak de amandelen met een deegroller iets fijner en schep ze in een diep
bord door het paneermeel.
Snijd de brie in 4 plakjes, haal die eerst door het bloempapje en wentel ze dan door het paneermengsel.
Schil de appel en snijd hem in plakken van ± 1 cm dik.
Verhit de helft van de boter in een koekenpan en bak de plakken appel in ± 3 minuten lichtbruin; keer ze halverwege.
Leg ze dakpansgewijs op 2 borden.
Verhit in dezelfde pan de rest van de boter en bak de kaas in ± 2 minuten
goudbruin; keer halverwege.
Rangschik de kaas op de appel en garneer met een toefje peterselie.
200 gr Belgische briekaas
1 dl room
1/8 rode, 1/8 groene en 1/8 gele paprika
1/2 komkommer
1 takje dragon
50 gr kervel
3 eetlepels notenolie
1 koffielepel wijnazijn
1 klontje suiker
4 sneetjes toostbrood
4 kervelplukjes
peper, zout
Wrijf de briekaas door een fijne zeef.
Klop de room half stijf, roer hem onder de kaas en breng op smaak met peper en zout.
Snijd de paprikastukjes in kleine blokjes van ± 1/2 cm en blancheer deze
even in licht gezouten water.
Verfris de paprikablokjes onder de koude kraan, dep ze goed droog en spatel de helft ervan voorzichtig onder de kaasbereiding.
Bewaar de andere helft voor het garnituur.
Plaats de bereiding vervolgens in de koelkast.
Was de komkommer, halveer hem in de lengte, verwijder de zaadjes en snijd hem in kleine stukjes.
Versnipper de dragon en de kervel.
Blancheer de komkommerstukjes, samen met de versnipperde dragon en kervel, ± 3 minuten in licht gezouten water.
Giet het vervolgens door een zeef en verfris onder koud water.
Mix deze groenten, samen met de notenolie en de wijnazijn, tot een gladde saus.
Los de suiker in wat water op en roer dit onder de saus.
Zet deze tenslotte ± 1 uur in de koelkast.
Snijd 4 rondjes van ± 6 cm diameter uit de sneetjes brood en rooster die.
Schep met behulp van een ijsschep, 4 halve bollen uit de kaasbereiding en leg deze op de toasten.
Versier de kaas met de rest van de paprikablokjes en een plukje kervel.
Plaats de toasten in het midden van 4 borden en giet er de komkommersaus rond.
1 spitskool
1 kg aardappelen
250 gr brie
4 tomaten
oregano
basilicum
gemberwortel
sesamzaad
Snijd de spitskool fijn en roerbak hem in een wok.
Kook de aardappelen en maak er puree van.
Snijd de tomaten en de brie in plakjes.
Verwarm de oven voor op 200°C.
Doe een laag spitskool in een ovenschaal, leg er de helft van de brie op en weer een laag spitskool.
Leg de tomaat erop en bestrooi die met de kruiden.
Schep hierop de aardappelpuree en strijk die glad.
Verdeel er de rest van de brie over en strooi daar tenslotte sesamzaadjes over.
Zet de schaal minstens 30 minuten in de oven.
250 gr niet te rijpe brie
1/2 krop eikenbladsla
3 eetlepels olie
1 eetlepel kruidenazijn
1 mespuntje mosterd
1 klein trosje druiven
12 gepelde walnoten
Snijd de kaas in 12 dunne plakjes en leg die drie aan drie in een waaiertje op bordjes.
Halveer en ontpit de druiven.
Leg op ieder bordje aan de punt van het kaaswaaiertje op ieder plakje 2
halve druiven.
Maak de sla schoon en pluk er de blaadjes af.
Roer een sausje van de olie, azijn en mosterd en maak de slablaadjes hiermee aan.
Zet de bordjes onder een hete grill tot de kaas net begint te smelten en de druiven warm zijn.
Leg op ieder bordje een plukje sla en op ieder plakje kaas een halve walnoot.


