(6 personen)
900 gr spinazie (diepvries)
zout
500 gr ricotta of hüttenkÄse
2 eieren
15 eetlepels Parmezaanse kaas
peper, nootmuskaat
100 gr bloem
100 gr boter
Maak de spinazie grondig schoon en laat hem met aanhangend water en peper en zout 5-10 minuten koken.
Laat hem slinken en daarna zeer goed uitlekken.
Het is belangrijk dat u al het water met uw handen uit de spinazie knijpt, anders zullen de kaasbolletjes in het pocheerwater uit elkaar vallen.
Prak de ricotta of wrijf de hüttenkÄse door een zeef en meng deze met de spinazie, de eieren, de helft van de Parmezaanse kaas en naar smaak zout, peper en nootmuskaat.
Kneed het mengsel goed door, vorm het tot bolletjes ter grootte van een walnoot en wentel die door de bloem.
Breng een grote tot de helft gevulde pan water aan de kook en laat de bolletjes er voorzichtig in glijden.
Houd het water tegen de kook aan tot de bolletjes komen bovendrijven en schep ze daarna met een schuimspaan voorzichtig uit de pan.
Doe de malfatti in een warme schaal, begiet ze met gesmolten boter en bestrooi ze met de rest van de Parmezaanse kaas.
(2 personen)
2 grote tomaten
zout, peper
50 gr bloem
25 gr Parmezaanse kaas
1 ei
1/8 liter melk
25 gr boter
1 eetlepel olijfolie
2 eetlepels fijngeknipt vers basilicum
Ontvel de tomaten, halveer ze, verwijder de zaadjes, snijd het vruchtvlees in reepjes en bestrooi die met zout en peper.
Roer een beslag van de bloem, de kaas, het ei en de melk.
Verhit wat boter in een kleine koekenpan (18 cm) en bak van 1/4 van het beslag een dun flensje.
Vouw het flensje in vieren en houd het warm.
Bak zo nog 3 flensjes.
Dep de tomaatreepjes droog.
Verhit de olie in een steelpan, verwarm de tomaat 1 minuut en schep het basilicum erdoor.
Leg de flensjes op 2 borden en schep de tomaat ernaast.
50 gr boter
50 gr bloem
5 dl melk
150 gr geraspte Parmezaan
2 eieren
peper
bloem
paneermeel
1 ei
frituurolie
Maak een dikke bechamelsaus.
Smelt de boter op zacht vuur met de bloem; meng goed door elkaar en giet er in één keer de koude melk bij.
Breng dit al roerend aan de kook en laat, al roerend, 5 minuten doorkoken.
Neem de pan van het vuur en voeg de eidooiers en de geraspte Parmezaan aan de bereiding toe.
Voeg naar smaak peper toe, maar doe er geen zout bij want de Parmezaan is al tamelijk zout.
Spreid de bereiding uit op een plaat om volledig koud te laten worden, zodat u haar in rechthoekige kroketten kunt snijden.
Wentel de kroketten achtereenvolgens in de bloem, het losgeklopte ei en paneermeel jen laat ze op een koele plaats enkel uren rusten.
Bak ze in de op 185°C verhitte frituurolie.


