--------------
3 el zonnebloemolie
1 el citroensap
2 kleine courgettes l/2 komkommer
4 grote champignons
8 met paprika gevulde olijven
50 g gemalen, oude Gouda peper en zout
Bereiding:
----------
Meng de zonnebloemolie, het citroen- -- sap en wat zout. Was de
courgettes en de komkommer zorgvuldig. Maak de champignons
schoon. Snijd de courgettes, de komkommer, de champignons en de
olijven in fijne schijfjes. Schik de courgette- en de komkom-
merschijfies, afwisselend en dakpansgewijs op 4 bordjes. Schik
daarbovenop de olijven. Besprenkel ze met de vinaigrette. Leg de
champignonschijfjes in het midden en bestrooi ze met de
gemalen kaas. Breng verder op smaak met peper.
Tip: Indien u niet van rauwe champignons houdt, kunt u ze enkele
minuten laten sudderen in een bodempje water. Laat ze daarna
goed uitlekken.
Info:
-----
Bereidingstijd: 30 minuten
Voor: 4 personen
--------------
16 dadels
4 el boter
8 el gemalen oude kaas
paprikapoeder
Bereiding:
----------
Boter zachtroeren, mengen met kaas en in een spuitzak doen.
De dadels in de lengte opensnijden en de pit eruit wippen.
De kaas erin spuiten en bestuiven met paprikapoeder.
Een prikker erin zetten en laten opstijven in de koelkast
500 gr macaroni
500 gr spinazie
150 gr bacon in plakjes
300-400 gr oude verbrokkelde Friese nagelkaas
Verwarm de oven voor op 200°C.
Kook de macaroni volgens de aanwijzingen op de verpakking beetgaar.
Laat de spinazie slinken en druk het vocht er zoveel mogelijk uit.
Leg de macaroni, de spinazie en de kaas in lagen in een beboterde ovenschaal en laat het gerecht in de oven in ± 20 minuten warm worden.
Tip: Desgewenst kunt u een extra laagje van ontvelde tomaten in de schaal leggen.
Haal ze opnieuw door het eiwit en paneer ze dan met paneermeel.
Frituur de balletjes kort.
Vermeng maïzena met een klein beetje water tot er geen klontjes meer zichtbaar zijn.
Verwarm in een pannetje een flinke scheut port, voeg het maïzenamengsel toe en roer tot een saus ontstaat.
Schep de saus op kleine bordjes en leg de gefrituurde balletjes erbij.
Garneer met munt.
125 gr oude kaas
3 3/4 dl melk
1 kruidenbouillontablet
1 theelepel Franse tuinkruiden (silvo)
50 gr griesmeel
300 gr spruitjes
400 gr aardappelen
frituurvet of -olie
1 ei
7 eetlepels paneermeel
± 1 dl melk
25 gr boter
zout, peper, nootmuskaat
Snijd de korstjes van de kaas en rasp de kaas grof.
Breng de melk met het bouillontablet en de tuinkruiden in een pan aan de kook, roer het griesmeel erdoor en kook het al roerend in ± 5 minuten tot een dikke pap.
Roer de kaas erdoor en laat die smelten.
Spoel een diep bord om met koud water, schenk het griesmeel-kaasmengsel erin en laat het afkoelen.
Laat het in de koelkast in ± 1 uur koud en stijf worden.
Maak de spruitjes schoon en halveer grote exemplaren.
Schil de aardappelen, snijd ze in vieren en bewaar ze tot het gebruik onder water.
Kook de aardappelen en de spruitjes in een pan met weinig water en zout in ± 15 minuten gaar.
Strooi intussen paneermeel in een diep bord en klop het ei in een ander diep bord los.
Vorm het kaas-griesmeelmengsel tot 10 gelijke balletjes en wentel ze door het paneermeel.
Haal ze vervolgens door het losgeklopte ei en weer door het paneermeel.
De balletjes moeten aan alle kanten goed met paneermeel zijn bedekt.
Verhit het frituurvet in een frituurpan tot er net witte damp af komt (175°C).
Bekleed een bord met keukenpapier.
Frituur de balletjes met 5 tegelijk goudbruin.
Laat ze op keukenpapier uitlekken en houd ze warm.
Giet de aardappelen en de spruitjes af en stamp ze met een pureestamper fijn.
Verwarm de melk in een steelpannetje en voeg al roerend zoveel melk en boter toe dat een gladde puree ontstaat.
Breng de puree op smaak met zout, peper en nootmuskaat en laat hem zo nodig al roerend op zacht vuur door en door warm worden.
Schep de spruitjespuree in een warme schaal en leg de kaas-griesmeelballetjes langs de rand.
(± 16 stuks)
1 zakje kerriesaus
1 1/2 dl melk
2 sneetjes volkorenbrood
1 klein blikje maïskorrels (180 gr)
1 ei
150 gr geraspte oude kaas
2 eetlepels gefruite uitjes
cornflakes
olie om te frituren
Maak de saus volgens de aanwijzingen op de verpakking met 1 1/2 dl melk in plaats van 2 1/2 dl.
Laat de saus afkoelen.
Snijd het brood met de korst in blokjes.
Meng de kerriesaus, het brood, het ei en de kaas tot een samenhangend mengsel (dat gaat het beste in een foodprocessor).
Voeg de uitjes en de uitgelekte maïs toe en laat nog kort draaien.
Laat het mengsel in een kom in de koelkast ± 1 uur of de hele nacht opstijven.
Maak de cornflakes met een deegroller fijn.
Rol met vochtige handen van het kaasmengsel balletjes ter grootte van een walnoot en haal ze door de cornflakes.
Verhit de olie tot de damp eraf komt en frituur de balletjes in een paar minuten goudbruin.
Laat ze op keukenpapier uitlekken en serveer ze warm.
(2 personen)
2 kleine peren
1 eetlepel citroensap
2 eetlepels Grand Marnier
100 gr magor
Halveer de peren, schil ze en verwijder de klokhuizen.
Snijd de peren in de lengte in repen, maar laat ze aan de steelkant vastzitten.
Druk de peren op 2 borden uit tot waaiers.
Besprenkel ze met het citroensap en de Grand Marnier.
Snijd de magor in 4 plakken en leg op elke peerwaaier een plak magor.
Verwarm de grill voor op de hoogste stand.
Schuif de peerwaaiers ± 15 cm onder de hete grill en laat de magor in ± 5 minuten smelten.
200 gr gierst
4 uien
1 grote prei
boter of olie
2 blikken gepelde tomaten
200 gr smeltkomijnekaas
poeder voor preisoep
peterselie, tijm
zout, peper
(koffie)room
Snipper de uien en de prei en snijd de kaas in kleine blokjes.
Doe enkele eetlepels olie of boter in een grote pan (met deksel).
Voeg de uisnippers hieraan toe en laat ze glazig worden.
Voeg dan de gepelde tomaten met het vocht en de tijm toe.
Roer om en laat het geheel op zacht vuur 5 minuten sudderen.
Voeg de gierst toe, roer om en laat 20 minuten stoven.
Voorkom aanbakken; voeg eventueel wat water toe.
Meng intussen het preisoeppoeder met een grote kop heet water.
Vermeng de preiringen met de gierstmassa en voeg het opgeloste preisoeppoeder toe.
Breng het aan de kook en laat op zeer zacht vuur nog 10 minuten doorkoken.
Roer er nu de kaas en de peterselie door en voeg tenslotte een scheutje room toe.
Serveer met een frisse salade.
3 eetlepels boter
3 eetlepels bloem
peper
1 3/4 dl koffieroom of gewone melk
1 3/4 dl kalfs- of kippenbouillon
1/2 theelepel uienpoeder
250 gr geraspte Hollandse kaas (bijvoorbeeld half Goudse, half Leidse of half Goudse, half Edammer)
een scheutje kirsch
in stukjes gesneden bruin brood
Smelt de boter, voeg de bloem en peper toe en roer de massa glad.
Schenk er al roerend bij gedeelten de koffieroom of melk en de bouillon bij.
Voeg daarna het uienpoeder toe.
Laat het geheel even doorkoken en enigszins dik worden.
Voeg dan al roerend de geraspte kaas toe en blijf roeren tot deze is gesmolten.
Schenk tenslotte de kirsch over de fondue en laat deze even branden.
Ingrediënten
- ½ pakje peper boursin
- 300 g belegen kaas in piep kleine blokjes
- 1 dl slagroom
- 1 pak filodeeg diepvries
- 100 g champignons
- frituurolie
Bereiding
Stoof de champignons.Voeg de stukjes kaas, de peper boursin en de room erbij en laat smelten.
Laat het mengsel even doorkoken en bind het eventueel tot een smeuïge massa.
Snijd 1 plak filodeeg in vieren, je hebt nu 4 vierkantjes.
Leg op ieder vierkantje een lepeltje kaasmengsel en vouw het flapje dicht, druk de randjes goed aan.
Verwarm de frituurolie op 180 ºC. en bak de dumplings ca 2 á 3 minuten tot ze mooi goudgeel van kleur zijn.
Je kunt de dumplings goed invriezen.
(2 personen)
4 middelgrote aardappelen
zout, peper
1/2 literblik doperwten
200 gr extra belegen kaas waarvan 150 gr in plakken
boter
1 eetlepel fijngehakte peterselie
Snijd de geschilde en gewassen aardappelen overlangs doormidden, zet ze op hun snijkant in een beboterde ovenschaal en strooi er wat zout en peper over.
Laat de doperwtjes uitlekken en snijd de 50 gr kaas in dobbelsteentjes. Schep de kaasblokjes en de doperwten door elkaar en verdeel het mengsel met zout en peper over de aardappelen.
Dek af met de plakken kaas en leg het deksel op de schaal.
Zet de schotel 60 minuten in een op 225°C voorverwarmde oven.
Neem 5 minuten voor het einde van de bereidingstijd het deksel eraf, zodat het gerecht een mooie goudbruine kleur krijgt.
Garneer de schotel met de peterselie.


